Zullen we het in het polderoverleg weer eens gewoon over werk hebben?

Risicoreductie en -verdeling bepaalt acceptatie flexwerk

Naar aanleiding van mijn boek heb ik een drietal artikelen geschreven voor ZiPconomy. In het eerste artikel vraag ik me af of de vaste baan 2030 nog wel haalt. Het tweede artikel gaat over voorwaarden om flexibel te kunnen werken:

Zullen we het in het polderoverleg weer eens gewoon over werk hebben?

Foto bij artikel op ZiPconomy

De arbeidsmarkt is volop in beweging. Dat vraagt om nieuwe collectieve regelingen om (grote) risico’s beheersbaar te maken. Maar hoe doe je dat dan? Een kijkje naar de toekomst. Met als uitgangspunt: werk, en werkenden.

In een eerder artikel schreef ik over de grote veranderingen op de arbeidsmarkt. Die veranderingen hebben niet alleen veel consequenties voor de aard en de vorm van het werk, we moeten ook opnieuw kijken naar de inrichting van de sociale zekerheid en voorzieningen om werkenden optimaal in te zetten op de arbeidsmarkt.

Als de aard en de vorm van werk veranderen, moet dat werk en die werkenden daarbij ook het uitgangspunt zijn, en niet zozeer de arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen en de vorm van het contract. Als werk centraal gesteld wordt, is de discussie niet of er meer vaste banen moeten komen en of flex al dan niet ingedamd moet worden. Het gaat er dan om dat mensen aan het werk zijn en kunnen blijven.

Lees hier het volledige artikel op ZiPconomy

Haalt de vaste baan het jaar 2030 eigenlijk nog wel?

Een vaste baan in 2030?

Naar aanleiding van mijn boek heb ik een drietal artikelen geschreven voor ZiPconomy. In het eerste artikel vraag ik me af of de vaste baan 2030 nog wel haalt.

Haalt de vaste baan het jaar 2030 eigenlijk nog wel?

Foto bij artikel op ZiPconomy

De arbeidsmarkt verandert misschien wel harder dan ooit. Toch gaan veel debatten nog over het verleden, zelden over de toekomst. Hoe kan die toekomst eruitzien? En overleeft het fenomeen van de vaste baan dat debat ook?

Dat de arbeidsmarkt verandert kan niemand ontgaan zijn. Hoe en hoe snel is ongewis, maar niemand kan ontkennen dat de wereld er anders uitziet dan 70 jaar geleden, bij de oorsprong van het poldermodel. En zelfs nog maar 5 jaar geleden was er heel veel anders. Die veranderingen zijn manifest en onomkeerbaar. Een van de vragen die zich daarbij opdringt: haalt het vaste contract 2030?

In een artikel op ZiPconomy schrijf ik er over, lees hier verder!

Arbeidsvoorwaardenbeleid is ondernemen

Artikel op HR Zone

Arbeidsvoorwaardenbeleid is ondernemen

Afbeelding op HR Zone

Op de site van HR Zone heb ik een artikel geschreven over de rol van met name HR in arbeidsvoorwaardenbeleid:

Dat de arbeidsmarkt verandert, is al langer een gegeven. De klassieke overlegstructuur in de polder begint te piepen en te kraken en de rol van de ondernemingsraad en HR wordt belangrijker.

Regels mogen niet in de weg staan van de door partijen gewenste maatwerk en keuzevrijheid zeg ik op HR Zone.

Het is nodig dat we anders gaan kijken naar arbeidsvoorwaarden waarin de vorm van het contract niet leidend is, maar werk en werkenden zelf. Uitgaan van werk en werkenden gaat over vertrouwen en loslaten en betekent faciliteren wat nodig is om werk goed te kunnen doen. Als maatwerk en individuele keuzevrijheid de trend wordt, vereist dat de kracht van het loslaten.

Lees het volledige artikel hier!

Overlegmodel piept en kraakt

Poldermodel 3.0 in Zeggenschap

Zeggenschap juni 2017De polder en het arbeidsvoorwaardenoverleg staan steeds meer onder druk. Partijen graven zich in en het lijkt er op dat zij elkaar steeds minder begrijpen. Als het zo doorgaat loopt de polder vanzelf onder, vreest Fedde Monsma. Hij bepleit radicale vernieuwing: minder dogma’s, een andere manier van onderhandelen, en niet meer denken in tegenstelling maar in verbinding.

De actualiteit geeft alle aanleiding om kritisch te kijken naar de inrichting van het polderoverleg en de partijen die daaraan deel moeten nemen; grote sociaaleconomische belangen staan op het spel door de uitkomst van de kabinetsformatie  dit jaar, de discussie over de inrichting van de veranderende arbeidsmarkt (WWZ en Wet DBA bijvoorbeeld) en sociale zekerheid blijft gemoederen bezig houden, maar ook de steeds regelmatiger afwijzing van werkgevers om nog met vakbonden cao’s af te sluiten. Eind april geeft supermarkt Jumbo het op om met vakbonden een cao af te sluiten voor de distributiemedewerkers en besluit zelf een loonsverhoging te geven en afspraken te maken met de ondernemingsraad. Begin mei willen werkgevers in bakkerijen ook niet meer met vakbonden verder en geeft een eenzijdige loonsverhoging. Half mei gebeurt datzelfde bij Albert Heijn voor de distributiemedewerkers. De grootgrutter ziet het cao-overleg met vakbonden niet meer zitten en voert ook een eenzijdige loonsverhoging in. Drie grote werkgevers die in drie weken vakbonden buiten de deur zetten, dat is een trend.

Niet onlogisch, de wereld buiten de polder verandert snel en vraagt om nieuwe, andere antwoorden en oplossingen die niet vanzelfsprekend uit de polder zelf komen. Het piept en het kraakt en de sociale partners, en dientengevolge het arbeidsmarktoverleg, stevenen in de huidige vorm af op een system-error.

Polderparadox

De kracht en de macht van het polderoverleg is tanende. Belangrijkste oorzaak is dat de maatschappij snel verandert als gevolg van individualisering, globalisering, en technologische en demografische ontwikkelingen, maar dat polderpartijen er niet in slagen met die veranderingen mee te gaan. Niet voor niets speelt (het ontbreken van) representativiteit een steeds groter rol. Werkgeversorganisaties organiseren zich niet vanzelfsprekend meer via brancheorganisaties en de belangen van MKB en multinationals lopen niet altijd synchroon. En aan vakbondskant staat niet alleen de afnemende organisatiegraad, namens hoeveel mensen wordt onderhandeld, maar ook de kwalitatieve vertegenwoordiging ter discussie; welk deel van de medewerkers wordt vertegenwoordigd in relatie tot de arbeidsmarkt en de populatie in branches en bedrijven. Het zijn echter vooral buitenstaanders die het probleem van de representativiteit aankaarten. Polderpartijen zelf vermijden de discussie hierover. Het ter discussie stellen van de eigen representativiteit is als de hand die jou voedt en die je bestaansrecht legitimeert, vragen om daarmee op te houden. Daarnaast hebben de polderinstituties zelf geen intrinsiek belang bij het veranderen of vernieuwen. Het bestaansrecht van SER, vakbonden en werkgeversorganisaties bestaat juist voor een deel uit de legitimering van het huidige poldermodel, ik noem dat de polderparadox. Het verschaft sociale partners positie. Dat ter discussie stellen, is jezelf ter discussie stellen. Maar dat leidt er wel toe dat nieuwe initiatieven en toetreders nauwelijks kansen hebben om aan de polder mee te doen.

Maatwerk

Ook op decentraal niveau veranderen arbeidsverhoudingen. Aan de kant van de werkenden  is een grotere diversiteit, die keuzevrijheid in werk en arbeidsvoorwaarden steeds belangrijker gaan vinden. Aan de kant van de werkgevers zijn er steeds meer die maatwerk in arbeidsvoorwaarden willen faciliteren, waarbij ook andere stakeholders als de ondernemingsraad en HR een grotere rol in arbeidsverhoudingen (moeten) gaan spelen. Het instrument cao, in de huidige vorm een metafoor voor de gestolde polder, is niet vanzelfsprekend meer, evenals de inrichting van het cao-overleg. De positie van werkgeversorganisaties en vooral vakbonden als preferred suppliers van de cao komt daarmee ook onder druk te staan. Zie de keuze die Jumbo, bakkers en Albert Heijn maken. Het arbeidsvoorwaardenoverleg en de verhoudingen in de polder van nu zijn nog onvoldoende klaar voor de toekomst. Vernieuwing en verandering is nodig en dat kan op drie manieren: vernieuwing in denken, vernieuwing in werken, vernieuwing in dienstverlening.

Vernieuwing in denken

De kracht van vernieuwing zit in het loslaten van de ideologieën en dogma’s, zowel bij de vakbeweging als bij werkgevers. Een voorbeeld: in arbeidsvoorwaardenland is het over het algemeen taboe om te spreken over salarisverlaging in economisch mindere tijden. Maar bij de Gewoondoen-coöperaties blijkt het wel te kunnen. In slechte tijden wordt daar besloten om de lonen iets te verlagen, zodat het bedrijf gezond blijft en iedereen een veilige werkplek behoudt. Werkenden stemmen daar in het bedrijfsbelang dus mee in.

En zo zijn er veel meer taboes die vragen om een pragmatische aanpak, zoals de discussie over ouderendagen. Wat als we dergelijke maatregelen in een breder kader met elkaar kunnen bespreken in moderne arbeidsvoorwaarden? Waarbij je medewerkers betrekt in de bedrijfseconomische ontwikkelingen van het bedrijf en ze mee laat denken over oplossingen. Menig werkgever zou nog eens verrast staan te kijken naar de uitkomsten. Het vermogen om met elkaar breder te denken dan een enkele afspraak of regeling zou gestimuleerd moeten worden. Wanneer je werkenden en hun behoeften om goed werk te leveren centraal stelt, dan kan je discussies over bijvoorbeeld ouderendagen prima inpassen in integrale afspraken over inzetbaarheid, waar beide partijen voordeel uit kunnen halen.

Vernieuwing in werken

Bij onderhandelen bepaalt de vorm ook het proces. Wanneer je begint met voorstellenbrieven zit je niet alleen in een patroon van de vorige eeuw, maar ook gelijk vast aan opgeschreven voorstellen waar onderhandelingsruimte beperkt wordt. Het is een onderhandelingsmethode die op voorhand loopgraven faciliteert. Wie schrijft die blijft, maar bij onderhandelen is dat niet handig. Vernieuwing in werken betekent de ruimte geven aan de professionals aan de onderhandelingstafels om het anders te kunnen doen, te zoeken naar maatwerkoplossingen voor bedrijven en werkenden. Geen opgelegde arbeidsvoorwaardennota’s die door vakbonden en werkgevers als oekazes bij onderhandelaars worden neergelegd. Wanneer flexibiliteit in arbeidsvoorwaarden een uitgangspunt is, moet je dat ook op die manier organiseren. Het doel van de onderhandelingen – wat wil je bereiken moet centraal staan, niet de instituten of de structuur.

Een betrokken cao-onderhandelaar moet met regelmaat contact hebben met het bedrijf of de branche waar hij onderhandelt, scheef ik al eens in Zeggenschap. Als je als vakbond serieus genomen wil worden, moet je de werkgever ook serieus nemen en vice versa. Voordeel van deze investering is dat je zeker weet dat je aan de cao-tafel alleen nog de belangrijke dingen bespreekt. Alle randzaken zijn namelijk al gedurende de periodieke contacten opgelost.

Vernieuwing in dienstverlening

Er zijn grote groepen werkenden die zelf hun boontjes kunnen doppen, prima. Er zijn ook werkenden die kennis en vaardigheden nodig hebben om zelf verder aan de slag te gaan met hun positie in hun werk en op de arbeidsmarkt. Ten slotte is er een grote groep werkenden die dat allemaal niet kunnen. De vakbond is bij uitstek het kenniscentrum voor vragen over werk en inkomen. Vakbonden moeten deze rol houden, in samenwerking met werkgevers. Door te focussen op werkenden (flex én vast) is de inzet van sociale partners ook veel thematischer te organiseren. Er zijn namelijk belangen die werkgevers en werkenden verbinden, bijvoorbeeld werkgelegenheid, (sociale) zekerheid en (duurzame) inzetbaarheid. Als sociale partners elkaar meer kunnen vinden in verbinding en gezamenlijke waarden, is het ook mogelijk om samen verder tot afspraken te komen en dienstverlening gerichter in te richten. Sociale partners moeten niet beginnen met er iets van te vinden, ze moeten beginnen met luisteren naar werkenden en werkgevers en kijken naar wat er in de samenleving gebeurt, en op basis daarvan bepalen of zij daar wat mee gaan doen. Het vergt verder kijken en je dienstverlening (en daarmee het verdienmodel) anders inrichten om het arbeidsvoorwaardenoverleg en de verhoudingen in de polder toekomstbestendig te maken.

Onder water

‘De polder, dat zijn wij,’ zei Minister van J&V Ferdinand Grapperhaus ooit tegen me, en hij heeft gelijk. Maar ‘wij’ hebben alleen toekomst als we niet in de polderparadox blijven hangen, maar eens goed naar onszelf en om ons heen kijken naar alle kansen die er liggen. Als we ons aanpassen bij de nieuwe tijd, waarin ook ruimte moet zijn voor andere spelers en we niet blijven hangen in vaststaande structuren. Anders erodeert de polder door, net zolang totdat ze onder water staat.

Het hele artikel kan je downloaden en teruglezen (PDF).

Boeiend artikel? Er staan er nog veel meer in Zeggenschap, neem een abonnement of een proefnummer!

Laat beleid loondoorbetaling zieke werknemers niet over aan de politiek

OPLOSSING KORTERE LOONDOORBETALING BIJ ZIEKTE BETER ZELF REGELEN

Zeggenschap maart 2016

Zeggenschap maart 2016

Het voorstel om kleine ondernemers niet langer te verplichten twee jaar loon door te betalen voor hun zieke werknemers omdat dat te duur is, staat op de politieke agenda. In het maartnummer van Zeggenschap Magazine stel ik dat vakbonden en werkgevers dit niet aan de politiek moeten overlaten, maar zelf afspraken over de loondoorbetalingsverplichting moeten maken aan de cao-tafel. Dat is veel beter voor die kleine ondernemer, en voor de (zieke) werkende. Het originele artikel zoals dat verschenen is in Zeggenschap, vind je hier (PDF), de integrale tekst hieronder.

Lees verder

Vakbondsvernieuwing is het einde

Vakbondsvernieuwing?

Vakbondsvernieuwing? Daar is het gat van de deur!

Verbouwing

Al tijden is er veel discussie over de veranderende arbeidsmarkt en wat het antwoord daarop zou moeten zijn van vakbonden. Ik heb van uit de vakbond gezien hoe die worsteling gaat; niet best. Het vermogen tot aanpassing is niet groot, hoewel die urgentie er wel is; vakbonden haken onvoldoende aan. Dat zien ook werkgevers: “We zullen nooit een vakbond uitsluiten. Maar…” aldus werkgeversvoorman Harry van de Kraats van werkgeversvereniging AWVN in de Telegraaf van 19 september. Het recent gesloten akkoord voor de modebranche zie ik voor deze sector al als een game changer. Heb er wat over gezegd op TV bij Één Vandaag begin september.

Lees verder

Individuele keuzes in arbeidsvoorwaarden voor flexwerkers

Motie: Individuele keuzes in arbeidsvoorwaarden voor flexwerkers

Leden bepalen de koers van de PvdA

Op 14 en 15 januari aanstaande is de Politieke Ledenraad van de PvdA: Leden bepalen de koers van de partij. De mening van ieder lid telt even zwaar: one man, one vote! Dat geldt voor het bepalen van de koers, bijvoorbeeld door te stemmen voor of tegen een bepaalde motie, maar ook bij het kiezen van onze lijsttrekkers!

Directe democratie voor leden van de partij. Mooi om inspraak te hebben op onderwerpen die belangrijk zijn voor partijgenoten. Praat mee, bedenk mee, beslis mee!

De afdeling Haarlemmermeer van de PvdA, heeft een motie opgesteld voor de Politieke Ledenraad. De verdergaande flexibilisering baart ons zorgen. Zeker waar het gaat om arbeidsvoorwaarden voor flexwerkers, deze zijn niet gelijk aan die van werknemers in vaste dienst. Daarom heeft de afdeling Haarlemmermeer de volgende motie ingediend op de politieke ledenraad:

Motie t.b.v. Politieke Ledenraad PvdA 14 en 15 januari 2017

Individuele keuzes in arbeidsvoorwaarden voor flexwerkers

De ledenraad van de Partij van de Arbeid, bijeen op 14 en 15 januari 2017,

Overwegende dat,

  • de arbeidsmarkt steeds diffuser en flexibeler wordt; de groei van uitzendbureaus is een teken aan de wand.
  • een flexibele arbeidsmarkt flexibele werknemers vereist die meer zeggenschap over hun loopbaan krijgen zodat ze optimaal met hun tijd mee kunnen gaan.
  • arbeidsvoorwaarden niet meer per definitie een bedrijfs- of brancheaangelegenheid zijn of per cao geregeld kunnen worden.
  • het tijd wordt voor een gelijk speelveld voor alle werkenden: gelijk werk = gelijke behandeling.
  • deze ontwikkelingen vragen om een andere kijk op arbeidsvoorwaarden waarbij de nadruk veel meer komt te liggen op maatwerk en individuele keuzes voor werkenden.
  • steeds meer werkenden behoefte hebben aan maatwerk; ze willen zelf bepalen of en wanneer ze een opleiding volgen die hun arbeidsmarktwaarde doet stijgen. Ze willen zelf bepalen of ze sparen voor extra verlofdagen of extra pensioen. Eigen keuzes maken.
  • het ook voor de groeiende groep flexibele werkenden mogelijk moet zijn om toegang te krijgen tot de voorzieningen die werkenden in vaste dienst hebben zoals opleidingen, loopbaanontwikkeling, verzekeringen, etc.
  • dit ook om een mate van flexibiliteit vraagt die verder gaat dan het bieden van een flexibel dan wel vast contract.
  • bovenstaande vraagt om het bieden van meer regie over de eigen ontwikkeling, opleiding, (duurzame) inzetbaarheid, werktijden en over de balans tussen werk en privé.
  • de groeiende groep flexwerkers de kans om dergelijke keuzes te maken geboden wordt en deze keuzemogelijkheden gekoppeld worden aan individuele werkenden zodat zij de opgebouwde rechten ook kunnen meenemen naar een volgende werk- of opdrachtgever. Op die manier hebben ook flexwerkers de mogelijkheid zich te ontwikkelen, hun arbeidsmarktkansen te vergroten en bied je ook hen het perspectief om vooruit te plannen.

Constaterende dat,

  • in de Resolutie Van Waarde van de PvdA gesteld wordt dat: “De Werkenden in tijdelijke en flexibele arbeidsrelaties bevinden zich veelal in een achtergestelde positie ten opzichte van collega’s in vaste dienst in termen van werkzekerheid, salaris, recht op scholing en toegang tot de sociale zekerheid”.
  • in diezelfde resolutie gesteld wordt: “De PvdA gaat deze ongelijkheid te lijf door grenzen te stellen aan slechte flex, door wegwerpcontracten uit te bannen, de kans om door te stromen naar een vaste baan te vergroten en flexwerkers meer recht te geven op bijvoorbeeld scholing”.
  • de PvdA gelijke behandeling van flexwerkers onder andere vorm wil geven door een initiatiefwet die moet regelen dat werkenden met een flexibel contract via de ondernemingsraad net zoveel inspraak in een onderneming moeten krijgen als hun collega’s met een vast contract. Dit ondersteund wordt door de jongerenorganisaties van de vakbonden FNV en CNV, Young HR en VPC Young Professionals.

Roept de (komende) Tweede Kamerfractie op,

om verschraling door verdergaande flexibilisering op de arbeidsmarkt te voorkomen en voorstellen uit te werken waarmee flexwerkers rechten kunnen opbouwen die aan het individu gekoppeld worden zodat deze die rechten ook mee kan nemen naar andere werk- en opdrachtgevers,

en gaat over tot de orde van de dag.

Namens de PvdA-afdeling Haarlemmermeer,

Fedde Monsma

Bestuurslid

Uiteraard willen we dat zoveel mogelijk leden deze motie ondersteunen, tenminste 100. Dan wordt deze motie namelijk voorgelegd aan de leden:  alleen moties die voldoende draagvlak hebben om te bespreken op de ledenraad, worden per mail aan alle leden voorgelegd. Deze stemming loopt van 2 januari tot 9 januari.

Stemmen kan hier! Ben je PvdA-lid en vindt je dat deze motie ondersteund met worden, stem daar dan op!

 

 

Hoge servicekosten ticketbureaus door monopolie?

Ticketbureaus rekenen zich rijk

Jello Biafra @ Melkweg 22 augustus 2016

Jello Biafra @ Melkweg 22 augustus 2016

De consumentenbond publiceerde eind augustus 2016 een artikel over de servicekosten  die bij evenemententickets de pan uit rijzen. Terecht, al langer vraag ik me af waar ik voor betaal. De praktijken rond servicekosten bij het kopen van kaarten is zo ondoorzichtig en zou eens goed onder de loep gehouden moeten worden. De politiek werkt niet mee, daarom is er inmiddels ook een petitie gestart.

Onduidelijke servicekosten

Ik ben een regelmatige concertbezoeker, de afgelopen paar jaar ben ik bij een kleine 70 concerten geweest, hele grote concerten in de Ziggodome en in kleine zalen als Tivoli de Helling. De SP (Jasper van Dijk) en het CDA (Madeleine van Toorenburg) zijn al sinds 2007 in de Tweede Kamer bezig om woekerprijzen voor tickets aan banden te leggen. Een initiatiefvoorstel om de kaartdoorverkoop aan banden te leggen ligt nu in de Eerste Kamer. Goede zaak!

Echter, wat mij bijzonder stoort bij het kopen van kaarten voor concerten zijn de volstrekt onduidelijke “servicekosten” die doorberekend worden. Deze zijn variabel en niet inzichtelijk en komen in het slechtste geval nog eens bijna 23% boven de kaartprijs uit. Als je de bijkomende lidmaatschappen bij concertzalen meerekent zelfs de helft! Mij bekruipt het gevoel dat er onnodig extra kosten in rekening worden gebracht die niet te controleren zijn en veel te hoog zijn. Het monopolie op kaartverkoop kan wel eens de reden zijn van deze kostenverhogingen. Mijn eigen bevindingen roepen in ieder geval vragen op.

De feiten

Van alle concerten die ik de afgelopen jaren heb bezocht heb ik een overzicht gemaakt (PDF-alert!) van de kosten per kaart en alle bijkomende kosten. Daar vallen een paar bijzondere zaken op met betrekking tot alle toegevoegde kosten op de prijs van de toegangskaart:

  1. Gemiddeld zijn de servicekosten van de door mij bezochte concerten bijna 10% van de kaartprijs. Judas Priest (ouwe rockers die nog heel prima meekunnen!) in juni 2015 in Tivoli Vredenburg was met 3% servicekosten het laagste, All We Are (lekkere frisse Indiepop!) in september 2015 had de hoogste servicekosten: >22%.
  1. De servicekosten voor concerten die ik bezocht heb in Tivoli (Utrecht) zijn het laagste: gemiddeld 4,7% van de kaartprijs. Kaarten voor de Melkweg hebben gemiddeld de hoogste opslag van 14,1% op de kaartprijs voor servicekosten.

    Gemiddelde Servicekosten

    Gemiddelde servicekosten

  1. Paradiso en de Melkweg hebben ook lidmaatschappen die je verplicht aan moet schaffen voor concerten. De Melkweg vraagt er €4 voor, Paradiso €3,50. Wanneer die extra kosten ook meegerekend worden, is een concertkaart voor de Melkweg gemiddeld bijna 33% duurder met kosten dan het kaartje zelf. Bij Paradiso is dat gemiddeld bijna 30% aan extra kosten naast het toegangskaartje.
Gemiddelde Extra en Servicekosten

Gemiddelde extra en servicekosten

Onduidelijkheden

De servicekosten bij de Ticketmaster zijn mij het meest onduidelijk:

  • Een kaartje voor The Kyteman Orchestra (wat een feest was dat concert!) kostte 4,29% aan servicekosten via de Ticketmaster. Een kaartje voor Wovenhand (damn, wat is dat intens!) in het Paard van Troje in Den Haag via Ticketmaster kostte maar liefst 22,4% meer.
  • De servicekosten voor een concertkaart in de Ziggodome en de Heineken Music Hall (HMH) zijn (op twee kleine uitzonderingen na) precies 10%. Ik vind dat raar, want het is 10% per kaart, ook al koop je meerdere kaarten. Met meerdere kaarten verwacht je dat die kosten lager zouden worden per kaart, zeker de handelingskosten. Niet dus.
  • De kosten bij HMH- en Ziggodomekaarten zijn 10% ongeacht de prijs van het toegangskaartje. Ook dat vind ik raar. Het concert van Crosby, Stills & Nash in de HMH kostte €72 per toegangskaart, plus 10% servicekosten: €7,20 (per kaart). Maar het concert van Triggerfinger (dat rockt!) in de HMH kostte €32 per kaart en nog eens €3,20 (10%) aan servicekosten. Zelfde locatie, verkoopkantoor, maar wel 2,2 keer zo duur?

De Melkweg zegt dat de servicekosten maximaal 13,5% zijn. Bij bijna alle concerten heb ik meer betaald dan die 13,5%. Tel je daar het verplichte lidmaatschap bij op, dan heb ik gemiddeld 36% meer betaald aan extra kosten bovenop het toegangskaartje!

Paradiso in Amsterdam is niet anders. Zij zeggen op hun website dat de servicekosten maximaal 13,5% zijn, met een maximum van €4 inclusief BTW. Bij twee concerten heb ik meer dan 13,5% betaald en bij nog eens twee concerten ook meer dan €4. Met het verplichte lidmaatschap erbij betaalde ik gemiddeld bijna 30% meer op een toegangskaart. Dat gaat niet om hele grote bedragen, maar het is wel anders dan hun website aangeeft.

Het Paard van Troje geeft duidelijkheid over de servicekosten:
Makkelijker kunnen we het niet maken, maar wel voordeliger! Wanneer je namelijk via www.paard.nl je tickets bestelt, betaal je slechts €2,50 servicekosten per kaartje tegenover €4,50 die andere online ticketsalespunten in rekening brengen. Met andere woorden, Ticketmaster (dat is het bureau dat anders de kaarten voor het Paard verkoopt) doet er een schepje bovenop.

Tenslotte, Tivoli Vredenburg is de positieve uitzondering. Niet alleen is duidelijk en transparant aangegeven wat servicekosten zijn (administratiekosten heet dat daar), ook zijn die kosten, anders dan bij andere ticketbureaus, fixed. Vaste kosten, geen kosten als percentage van de toegangsprijs.

Wat zijn die servicekosten dan?

Volgens de sites van concertzalen en ticketbureaus bestaan die kosten uit verschillende onderdelen:

Bij Eventim zijn extra kosten: servicekosten (niet nader gespecificeerd), transactiekosten (kosten betaalt per reservering. Onder deze kosten vallen administratie, systeem- en verzendkosten) en orderkosten, ook niet nader gespecificeerd. Niet erg inzichtelijk.

Ticketmaster het grootste bedrijf dat tickets verkoopt, is wat duidelijker, al blijft het vaag wat wanneer op welke basis berekend wordt: Tijdens de bestelling worden servicekosten per ticket en in sommige gevallen transactiekosten per order en bezorgkosten per order toegevoegd. De hoogte van de servicekosten wordt bepaald in overleg met de promotor en aan de hand van diverse kosten die hiermee gedekt moeten worden. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de verhouding tot de kaartprijs. De hoogte van de servicekosten kan derhalve per evenementhouder verschillen.
De servicekosten dekken o.a. de systeemkosten, datacommunicatiekosten, kosten van het beveiligd halffabrikaat (indien van toepassing), verkoopkosten, administratiekosten, kosten voor de klantenservice, bancaire kosten (indien niet apart berekend in de transactiekosten) en toegangscontrolekosten.
(…)

Paradiso Amsterdam heeft geen eigen ticketverkoop, maar doet dat via Ticketmaster. Daar staat niet zoveel over de samenstelling van de servicekosten, maar wel over de hoogte: De hoogte van de servicekosten van Ticketmaster is afhankelijk van de kaartprijs en de dienst die Ticketmaster levert. Als je bestelt via internet: 13,5% servicekosten met een maximum van € 4,- incl btw. Bij een fysiek voorverkoopadres betaal je 19% servicekosten met een maximum van €5,50.

Dan de Melkweg in Amsterdam. Zij verkopen ook via de Ticketmaster en ook daar wordt er wat gezegd over de hoogte van de prijs (hoewel er geen maximum genoemd wordt) en niets over de samenstelling van de servicekosten: Bij het kopen van tickets in de voorverkoop betaal je servicekosten: 13,5% van de ticketprijs. Bij voorverkoop aan de kassa zijn dit de enige bijkomende kosten. Koop je e-tickets online, dan betaal je ook transactiekosten (€ 0,67 bij iDeal). (…)

Tenslotte in dit overzicht, Tivoli Vredenburg in Utrecht. Zij zijn wat mij betreft het meest transparant over de bijkomende kosten en laten ook zien dat dat in redelijkheid kan: Voor de meeste evenementen rekenen wij administratiekosten van €2,00 per ticket tot maximaal €8,- per transactie. Wij begrijpen dat je deze kosten liever niet betaalt, maar er zijn kosten verbonden aan ons ticketingsysteem en het maken en distribueren van tickets. Wij hebben ervoor gekozen om vaste administratiekosten per ticket in rekening te brengen zodat je niet wordt benadeeld bij het kopen van een duurder ticket. Wij proberen de kosten uiteraard zo laag mogelijk te houden; onze administratiekosten behoren in vergelijking tot andere concertgebouwen en poppodia daarom tot de laagste van Nederland.

Bijkomend in de kosten bij zowel Paradiso als de Melkweg zijn de lidmaatschapskosten. Bij de Melkweg €4 en bij Paradiso: €3,50.

Vragen

  1. Waarom zijn de servicekosten per concert verschillend, zelfs als deze op dezelfde locatie zijn via hetzelfde ticketbureau?
  2. Waarom zijn de servicekosten per kaartje even hoog als ik meerdere kaartjes voor het zelfde concert koop? Meerdere kaarten drukken mijns inziens de handelingskosten.
  3. Waarom zijn deze kosten gekoppeld aan een percentage van de toegangskaart? Deze koppeling begrijp ik niet wanneer een concert via hetzelfde ticketbureau kaarten verkoopt voor dezelfde locatie op dezelfde datum. Er wordt nota bene in de toelichting bij Ticketmaster op de servicekosten gesteld: “Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de verhouding tot de kaartprijs.” Hoezo?
  4. Waarom verschilt het percentage van servicekosten bij verschillende locaties, maar door hetzelfde ticketbureau verkocht worden?
  5. Waarom kan Tivoli Vredenburg voor een vast bedrag van tussen de €1,50 en €2 aan servicekosten (met een maximum van €8 per transactie!) het zelfde leveren als Ticketmaster (via Paradiso, Melkweg etc.) dat doet voor een veelvoud van die kosten?
  6. Waarom zijn de servicekosten soms hoger bij kaartverkoop in Paradiso en de Melkweg dan het op de site gestelde maximum van 13,5%?

In 2013 heb ik aan (enkele van) deze vragen al eens een aan gewijd richting Ticketmaster, maar kreeg helaas standaard antwoord terug.

Mail Ticketservice

Mail Ticketservice

En nu?

Kortom, de bijkomende kosten bij het kopen van een concertkaart zijn mij volstrekt niet duidelijk, zeker door de verschillende toepassingen. Mij bekruipt het gevoel dat de koper een oor wordt aangenaaid, maar daar niets tegen kan doen. Want, het alternatief is geen kaart kopen voor je favoriete band, een andere keuze is er niet, je bent verplicht deze kosten te betalen.

Het zou goed zijn als ook hier verder onderzoek naar gedaan wordt, dat servicekosten inzichtelijk gemaakt worden en dat er paal en perk gesteld wordt aan de willekeur. Het riekt naar misbruik van een machtspositie namelijk. De indieners van het initiatiefvoorstel om de kaartdoorverkoop aan banden te leggen, Jasper van Dijk van de SP en Madeleine van Toorenburg van het CDA hebben dit onderwerp in hun wetsvoorstel opgenomen, echter dat gaat over de servicekosten bij doorverkoop van tickets. Mij gaat het om de servicekosten bij de reguliere, formele (voor-) verkoop. Tevens heb ik dit artikel verstuurd naar de Autoriteit Consument en Markt met de vraag of zij wel duidelijk kunnen krijgen waarom de servicekosten zo hoog en onduidelijk zijn en daarmee echte muziekliefhebbers mogelijk teveel laten betalen.  Helaas niets meer op gehoord.

Wie pakt dit op? Ministerie EZ? Consumentenbond? Tweede Kamer? Autoriteit Consument & Markt? Bij gebrek aan actie ben ik een petitie gestart, hopelijk is dat een middel om duidelijkheid te krijgen. Tekenen als je je vinden kan in mijn verhaal!

CAO voor de modewinkels is “game changer” voor polder

Shops-FashionIn juli 2015 hebben het Alternatief voor Vakbond (AVV) en De Unie een cao-akkoord gesloten met werkgeversorganisatie Inretail. Het akkoord is een “game changer” in arbeidsvoorwaardenland; de positie van de traditionele vakbonden komt hiermee fors onder druk te staan en zal de polderverhoudingen de komende tijd flink opschudden.

Bij Één Vandaag heb ik er over gesproken in de uitzending van woensdag 2 september 2015, Terugkijken kan hier.  Hieronder nadere duiding en uitwerking.
Lees verder

Zes disruptieve manieren om V&D te redden

Vijf disruptieve manieren om V&D te redden @Leiderschap

Vijf disruptieve manieren om V&D te redden

Op de website van Management Team schrijft Monique Juffermans in een origineel artikel hoe creatief out-of-the-box-denken V&D weer op weg kan helpen. Vindingrijke suggesties, maar één belangrijke is  vergeten; de rol van winkelmedewerkers. Ik heb daarom het artikel aangevuld met een zesde suggestie om het te complementeren. Zeker nu een  forse reorganisatie met ontslagen plaatsvindt. Zie hier het resultaat:

Lees verder